Noors Basis · Les 1.2 · Kennismaken
Na deze les kun je zeggen uit welk land je komt, waar je woont en welke talen je spreekt. Je kunt het ook aan een ander vragen. Je haalt naam, land en woonplaats uit een kort briefje.
HerhaalStap 1
Drie vragen over les 1.1. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Een paar dagen later zit je in het café op de hoek. Naast je zit iemand van ongeveer je eigen leeftijd: Ingrid. Jullie raken aan de praat. Waar kom je vandaan? Waar woon je? Welke talen spreek je?
Ingrid zegt du, zoals iedereen in Noorwegen. Je komt haar in deze cursus nog vaak tegen.
LuisterStap 3
| Noors | Nederlands |
|---|---|
| å komme, kommer | komen, komt |
| å bo, bor | wonen, woont |
| å snakke, snakker | spreken, spreekt |
| fra | uit, van |
| i | in |
| hvor | waar |
| hvem | wie |
| og | en |
| men | maar |
| også | ook |
| litt | een beetje |
| her | hier |
| nå | nu |
LeesStap 4
Ingrid vraagt: Hvor kommer du fra? Sam zegt: Jeg kommer fra Nederland. Ingrid zegt: Jeg bor i Oslo.
In de woordenlijst staat een werkwoord met å ervoor: å bo, wonen. Zo staat het ook in het woordenboek. Voor de tegenwoordige tijd zet je er een r achter. Die vorm is voor iedereen gelijk.
| Nederlands | Noors |
|---|---|
| ik woon | jeg bor |
| jij woont | du bor |
| zij woont | hun bor |
| ik kom | jeg kommer |
| jij spreekt | du snakker |
Geen "woon, woont, wonen" om te onthouden: bor past altijd.
| Nederlands | Noors |
|---|---|
| wie | hvem |
| wat | hva |
| waar | hvor |
| hoe | hvordan |
Een vraag bouw je zoals in het Nederlands: eerst het vraagwoord, dan het werkwoord. Hvor bor du? Waar woon jij? Ook fra staat achteraan, net als "vandaan": Hvor kommer du fra?
Hvor klinkt een beetje als "voor", maar het betekent "waar". En hva is "wat", niet "wie": wie is hvem.
OefenStap 5
Vul het werkwoord in, in de tegenwoordige tijd.
Op het prikbord van het café hangt een briefje.
Hei! Jeg heter Ana. Jeg kommer fra Spania, men jeg bor i Bergen nå. Jeg snakker spansk, engelsk og litt norsk. Snakker du spansk? Ha det! Ana
Lees het briefje. Klopt het?
4 vragen
Ana komt uit Spanje.
Ana woont in Oslo.
Ana spreekt geen Noors.
Ana spreekt Engels.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vindt de weg in Oslo, in het Noors zoals je het daar hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
| Noors | Nederlands |
|---|---|
| Norge | Noorwegen |
| Nederland | Nederland |
| Belgia | België |
| Storbritannia | het Verenigd Koninkrijk |
| USA | de Verenigde Staten |
| Spania | Spanje |
| Mexico | Mexico |
| Tyskland | Duitsland |
| Noors | Nederlands |
|---|---|
| norsk | Noors |
| nederlandsk | Nederlands |
| engelsk | Engels |
| fransk | Frans |
| spansk | Spaans |
| tysk | Duits |
Een taal schrijf je in het Noors met een kleine letter: norsk, engelsk. Een land met een hoofdletter: Norge.
Ingrid begint. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Ingrid zit al aan het tafeltje naast je.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Noors | Nederlands |
|---|---|
| Er du ny her? | Ben je nieuw hier? |
| i Nord-Norge | in Noord-Noorwegen |
| på Grünerløkka | op Grünerløkka. Dat is een wijk in Oslo. Bij een wijk zeg je vaak på; daar kom je in module 2 op terug. |
| Så hyggelig! | Wat leuk! |
| bra | goed. Je kent het uit bare bra. |
| Vi ses! | Tot ziens! (letterlijk: we zien elkaar) |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na.
| Noors | Nederlands |
|---|---|
| Ja! Hei, jeg heter Sam. | Ja! Hoi, ik heet Sam. |
| Jeg kommer fra Nederland. Og du? Kommer du fra Oslo? | Ik kom uit Nederland. En jij? Kom je uit Oslo? |
| Hvor i Oslo bor du? | Waar in Oslo woon je? |
| Hvor bor du? | Waar woon je? |
| Jeg også! | Ik ook! |
| Litt. Jeg snakker nederlandsk og engelsk. | Een beetje. Ik spreek Nederlands en Engels. |
| Ha det, Ingrid! | Dag, Ingrid! |
Kies de zin die bij jou past.
| Noors | Nederlands |
|---|---|
| Jeg kommer fra Belgia. | Ik kom uit België. |
| Jeg kommer fra Storbritannia. | Ik kom uit het Verenigd Koninkrijk. |
| Jeg kommer fra USA. | Ik kom uit de Verenigde Staten. |
| Jeg kommer fra Spania. | Ik kom uit Spanje. |
| Jeg kommer fra Mexico. | Ik kom uit Mexico. |
| Jeg snakker nederlandsk og fransk. | Ik spreek Nederlands en Frans. |
| Jeg snakker spansk og engelsk. | Ik spreek Spaans en Engels. |
Kies de goede vraag.
3 vragen
Je wilt weten waar Ingrid vandaan komt.
Je wilt weten waar Ingrid woont.
Je wilt weten of Ingrid Engels spreekt.
Lees wat Ingrid zegt, zeg hardop wat je antwoordt en draai de kaart om. Kom je ergens anders vandaan, zeg dan je eigen land.
1 / 4: Ingrid vraagt: *Hvor kommer du fra?*
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.